De Veldmuis
Veldmuis
Microtus arvalis
Uiterlijk

- Volwassen dieren: Kop en lijf 9 – 12 cm; staart ongeveer 1/3 van lichaamslengte.
- Plompe bouw, stompe snuit, in de vacht verborgen ogen en oren.
- Hun vacht is zandkleurig/oranjebruin op de kop en de rug, geelachtig op de zijkanten en wit op de buik. Meestal staat er een dunne gele streep op de borstkas.
Ontwikkeling
- Ze leven gemiddeld 2 tot 3 maanden, maar ze kunnen tot 20 maanden overleven in het wild of - of meer jaar in gevangenschap.
- De paarseizoenen zijn maart/april tot oktober/november en de dracht duurt ongeveer 3 weken. Ze krijgen hun eerste pels na zes dagen; hun ogen gaan open na 16 dagen; ze worden gespeend wanneer ze ongeveer 18 dagen oud zijn.
- De overlevingskans van de jongen en de volwassenen is klein in de eerste helft van het paarseizoen omdat de mannetjes agressief kunnen zijn tegenover elkaar en tegenover de jongen, die vervolgens uit het nest worden verstoten.
Leefwijze
- Ze eten grote hoeveelheden van de zaden van bomen zoals eik, beuk, es, linde, meidoorn en plataan.
- Kleine slakken en insecten zijn vooral belangrijke voedselbronnen in de late lente en de vroege zomer, wanneer er minder zaden maar massa’s larven en volwassen insecten beschikbaar zijn.
Schade
- Knaagschade aan de bast aan de voet van jonge bomen
- Overbrengen van modderkoorts
- Schade in weilanden door ondermijnen van de grasmat of het bouwland door knagerij
- Schade in boomgaarden kan zeer aanzienlijk zijn
Wering/Preventie
- Geen terreinen met ruige begroeiing
- Goed weidebeheer, gras kort houden, slootkanten onderhouden, begroeiing kort houden
- Boomgaardbescherming, bomenrij in zwarte grond, valfruit, snoeihout verwijderen
Bestrijding
- Vangen met klemmen
- Vergiftigd lokaas uitzetten in gangen of vaste voerplaatsen aanleggen
- Vergassen