Ongediertebestrijding Drenthe - Assen: Tuinmieren

De tuinmieren

Tuinmieren
Wegmier – Lasius Niger
Boommier – Lasius Brunneus
Glanzende Houtmier – Lasius fuliginosus
Schaduwmier – Lasius Umbratus Nijlander

Uiterlijk
- De werksters van tuinmieren zijn allen 3-4 mm lang. Alleen de Glanzende houtmier is iets forser.
- De koninginnen zijn gevleugeld en groter dan de werksters
Ontwikkeling
- De koninginnen overwinteren in de grond. De eitjes worden op het einde van de lente gelegd. De larven komen 3 à 4 weken later uit.
- De larven voeden zich met de vloeistoffen die de koningin uit haar speekselklieren uitscheidt tot de eerste werksters tevoorschijn komen.
- De werksters zorgen voor de larven, bouwen het nest en verzamelen het voedsel.
- Later in het seizoen worden mannelijke mieren geproduceerd.

Leefwijze
- Voedselzoekende werksters volgen duidelijk vastgelegde routes rond voedselbronnen. Ze verkiezen zoete voedingswaren, maar ook proteïnerijk voedsel wordt meegenomen.
- Zwermeigenschappen: de koninginnen en vruchtbare mannetjes paren tijdens de bruidsvlucht van het midden tot het einde van de zomer. Dit noemen we de “bruidsvlucht”.
- Nestplaatsen vooral buiten in de grond en onder bestrating aan de zonnige kant van gebouwen van waaruit de werksters soms terecht komen in woningen.
- De aanwezigheid van fijngemalen aarde rond de uitgangen van het nest verraadt vaak de aanwezigheid van een nestplaats.

Wering/Preventie
- Voor mieren aantrekkelijk voedsel onbreikbaar maken
- Naden en kieren afdichten
- Open stootvoegen kunnen worden voorzien van fijnmazig insectengaas

Bestrijding
- Buitenshuis worden de looppaden en nestingangen bespoten onder odergoten met een bestrijdingsmiddel of de nesten en nestingangen worden beandeld met een poedervormig insecticide
- Binnenshuis worden bijvoorbeeld lokaasdoosjes uitgezet

Naar Hippics.nl - Internet en Marketing
Tuinmieren